Kon het hof oordelen dat niet moment waarop betrokkene ervan op de hoogte is geraakt dat tegen hem strafrechtelijk financieel onderzoek als bedoeld in artikel 126 Sv is ingesteld, maar moment waarop de officier van justitie het voornemen kenbaar heeft gemaakt de ontnemingsvordering aanhangig te zullen maken, heeft te gelden als beginpunt van de redelijke termijn?
Hoge Raad, 03-02-2026