Kan uit de omstandigheid dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte 22 dagen vóór dit feit ook staande is gehouden voor rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en dat de politieambtenaar tijdens het verhoor aan de verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig was, worden afgeleid dat de verdachte ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard?
Hoge Raad, 27-01-2026