De opvatting dat het oogmerk om door middel van (bedreiging met) geweld de diefstal voor te bereiden of te vergemakkelijken of het bezit van het gestolene te verzekeren ontbreekt, indien degene van wie het aan een ander toebehorende goed met geweld of bedreiging met geweld werd afgenomen de diefstal mede heeft beraamd en bij de uitvoering daarvan een rol heeft gespeeld, kan niet als juist worden aanvaard. Het hier bedoelde oogmerk is aanwezig indien het handelen van verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg met zich bracht dat de diefstal werd voorbereid of vergemakkelijkt of dat het bezit van het gestolene werd verzekerd.
Hoge Raad, 02-07-2013