De Hoge Raad haalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:BM4440, NJ 2010, 655 en ECLI:NL:HR:2013:BX6910, NJ 2013, 266. In het onderhavige geval gaat het onder meer om het bewezen verklaarde voorhanden hebben van een voorwerp – te weten een geldbedrag – dat naar het oordeel van het hof vooral afkomstig is uit door de verdachte zelf begane misdrijven (kort gezegd de handel in illegaal vuurwerk). Het hof heeft geoordeeld dat zulks witwassen oplevert. Aangezien uit de motivering van dat oordeel echter niet kan worden afgeleid dat sprake is van meer dan het enkele voorhanden hebben van dat geldbedrag doordat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat geldbedrag, is het oordeel van het hof ontoereikend gemotiveerd.
Hoge Raad, 19-11-2013