Naar boven ↑

Update

Nummer 6, 2026
Uitspraken van 12 februari 2026 tot 13 februari 2026
Redactie: prof. mr. J.S. Nan en mr. C.L. van der Vis.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe SR Updates aan.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende zaken die onlangs zijn verschenen:

Stelt het Unierecht grenzen aan de strafbaarheid op grond van de nationale wetgeving van de lidstaat van het invoeren en aanwezig hebben van hennep (i) die gekweekt is met zaad van de rassen die vermeld staan in de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen van de EU en/of (ii) waarvan het THC-gehalte niet hoger is dan de drempelwaarde, terwijl volgens de wetgeving van de lidstaat waar de hennep werd geteeld die teelt legaal was? (SR 2026-0055)
Het gaat in deze zaak om de vraag of en, zo ja, in hoeverre het Unierecht grenzen stelt aan de strafbaarheid op grond van nationale wetgeving van een lidstaat – in deze zaak: de Nederlandse Opiumwet – van het binnen het eigen grondgebied brengen (hierna ook: invoeren) en het aanwezig hebben van Cannabis sativa (hierna: hennep):
(i) die gekweekt is met zaad van rassen die vermeld staan in de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen van de Europese Unie1 (hierna ook: gecertificeerd zaad) en/of
(ii) waarvan het tetrahydrocannabinol-gehalte (hierna: THC-gehalte) niet hoger is dan de drempelwaarde van voorheen 0,2% en naar huidig recht 0,3% (hierna ook: de drempelwaarde), terwijl volgens de wetgeving van de lidstaat waar die hennep werd geteeld die teelt strafrechtelijk toegelaten (hierna: legaal) was.
Lees hier verder. 

Is de oplegging van een levenslange gevangenisstraf in overeenstemming met de eisen die artikel 3 EVRM stelt als tot een levenslange gevangenisstraf veroordeelde (psycho)medische of psychiatrische zorg en behandeling nodig heeft met het oog op voorbereiding op een eventuele terugkeer in de samenleving? (SR 2026-0064)
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de oplegging van de levenslange gevangenisstraf aan de verdachte niet een schending van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) oplevert. Het voert daartoe aan dat al ten tijde van de oplegging van de levenslange gevangenisstraf vaststaat dat aan de verdachte in de tenuitvoerleggingsfase niet de noodzakelijke (psycho)medische of psychiatrische zorg en behandeling kunnen worden geboden om zich voor te bereiden op een eventuele terugkeer in de samenleving.
Lees hier verder. 

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Veel leesplezier.

Met vriendelijke groet,
Redactie SR Updates

Hoge Raad