De Hoge Raad herhaalt toepasselijke overweging uit ECLI:NL:HR:2004:AO5822. Het hof heeft vastgesteld dat verdachte met een te hoge snelheid en onvoldoende anticiperend heeft gereden door niet stapvoets maar met een snelheid van 40 á 50 km per uur te rijden alsmede door plotseling naar links te sturen en te gaan rijden over een links van de rijbaan gelegen verdrijvingsvlak waarop zich meerdere personen bevonden, en daar met de op dat verdrijvingsvlak vuurwerk afstekende X in botsing te komen. Gelet op die vaststellingen geeft ’s hofs oordeel dat verdachte ‘zeer onvoorzichtig’ heeft gereden en er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. Conclusie A-G: Het middel klaagt terecht dat niet zonder meer uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat verdachte onvoldoende anticiperend heeft gereden en onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden.
Hoge Raad, 18-02-2014